Over het bestuur van ons dorp tot de inval van de Fransen in 1795 schreef Pieter Prins in zijn afstudeerscriptie. In de Bataafse Republiek en later onder Koning Lodewijk Napoleon werden gemeenten de bestuurlijke en ambtelijke lichamen. In de nieuwe grondwet van 1814 kwamen er stedelijke regeringen en regeringen van Heerlijkheden en dorpen. In 1824 en 1825 kwam er een generaal model voor steden en een regelement voor het bestuur ten platten lande in de provinciën en kwamen er een door de koning benoemde burgemeester, door de Commissaris van de Koning benoemde wethouders en door de Provinciale Staten benoemde gemeenteraadsleden. Dus nog geen democratisch gekozen mannen. Pas in 1948 kwam met de nieuwe grondwet van Thorbecke de rechtstreekse verkiezing van gemeenteraadsleden maar hadden slechts weinige mannen kiesrecht.

Hierbij de Stadse burgemeesters met wat extra informatie uit verhalen van Harrie Goosens.

1825-1836 Lambertus Kolff van Oosterwijk (geboren 27-10-1779 in Middelharnis in een elite familie met reders, schouten, pakhuis- en boteneigenaren, wijnkopers en regenten) Hij trouwde in 1807 met Maria Anemaet (1787-1856) uit Ooltgensplaat en kreeg vier dochters en een zoon. Hij was niet alleen burgemeester maar ook secretaris. Hij bleef in Middelharnis op de Voorstraat wonen. De oudste dochter Constantia trouwde in 1836 met Charles Chandon die toen net burgemeester van Stad was geworden. Stad telde toen 597 bewoners zien we in de burgerlijke stand, die vooral voor het innen van belastingen werd bijgehouden. De gemeente had ook een taak in het onderhouden van de wegen en de haven. Na een cholera-epidemie werd ook het ophalen van huisvuil een gemeentelijke taak en werd geadviseerd varkens buiten het dorp te houden en niet meer achter je huis.

1836-1841 Charles Jean Gerard Chandon, geboren 1805 in Parijs en getrouwd met de dochter van zijn voorganger. Hij was voor zijn benoeming belastingcontroleur in Middelharnis. Hij overleed in 1841. Stad had toen 958 bewoners. Er kwam twee jaar een waarnemend burgemeester, maar daar is niets over bekend.

1843-1877 Albertus Constantinus Kolff van Oosterwijk, zwager van zijn voorganger en zoon van diens voorganger. Tevens burgemeester van Middelharnis {1852-1856) en Den Bommel (1859-1877) Hij was eerst vrijgezel en woonde in Middelharnis maar had ook een slaapplek in het Stadse gemeentehuis. Toen hij verkering kreeg met Geertruida barones van Isselmuden liet hij in 1848 de burgemeesterswoning (het Dijkhof) bouwen en een groot park aanleggen en kreeg 17 kinderen. Hij stond later een hoekje van zijn tuin af om de gemeentelijke dokterswoning op Molendijk 4 te kunnen bouwen. Hij was een energiek bestuurder die veel deed aan het bestrijden van besmettelijke ziektes door bijvoorbeeld een riool aan te leggen en wegen te verharden met grint. Hij liet verschillende regels en bepalingen op schrift stellen toen de taken van het gemeentebestuur door het toenemende aantal inwoners uitgebreider werd. Schoolgebouw, gemeente-arts, straatverlichting en het uitbaggeren van de haven nam hij ter hand. Voor het kiezen van de vier raadsleden waren er van de 1130 inwoners, maar 16 stemgerechtigd. Hij deed ook zijn best om in Middelharnis een HBS te krijgen. Hij stierf in 1877 en werd op Stad begraven. Wethouder Roodzant werd kort waarnemend burgemeester.

1877-1903 Mr. Cornelis (C.) van Mens was een flamboyante Remonstrantse liberale advocaat en kwam uit Oude Tonge en was tevens gemeentesecretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij was getrouwd met Tanette Wolters Wanrooy uit Den Bommel en had met haar drie kinderen. Ze woonden in het gemeentehuis en strooiden op nieuwjaarsdag centen vanaf het balkon. Onder hem kregen de huizen van Stad een wijknummer. Hij had flair maar was ook ongeduldig en eigenzinnig. Hij voerde vaak opdrachten van de raad niet uit omdat hij ze in strijd met de regels vond en droeg ze voor ter vernietiging of schorsing door de kroon. Hij gebruikte gemeentelijk personeel zoals de politie voor klusjes thuis en deed erg aan vriendjespolitiek. Rond 1900 was bijna de helft van de mannen boven de 23 jaar kiesgerechtigd. De raadsvergaderingen waren achter gesloten deuren en de aanwezigen hadden zwijgplicht en de notulen waren geheim. Goossens vond later in die notulen dat een wethouder niet meestemde omdat hij doof was en niet wist wat er besproken was en een raadslid niet stemde omdat zijn geheugen hem in de steek liet. Stad ondersteunde de aanleg van een tramlijn op het eiland. In 1898 brandt de kerk af en bouwt de gemeente een nieuwe toren maar bij het luiden krijgt de kerk scheuren en moet er weer een nieuwe toren naast de kerk gebouwd worden. Er kwam steeds meer ruzie tussen de raad en de burgemeester en in 1901 komt de Commissaris van de Koning polshoogte nemen en bemoeit ook minister Abraham Kuypers zich ermee. In 1903 wordt de burgemeester wegens te frequent gaan jagen met de veldwachters toch nog eervol ontslagen als burgemeester maar blijft wel secretaris voor enige tijd. In 1904 wordt hij door het kantongerecht veroordeeld wegens openbare dronkenschap en plichtsverzuim en ook afgezet als secretaris maar hij vecht het ontslag aan en vertrekt pas in 1906 uit zijn woning op de begane grond van het gemeentehuis.

1903-1924 C.J. Sterk (geb. 1878 in Leerbroek en lid van de ARP) Hij legde in 1904 de eerste steen voor de Gereformeerde Kerk aan de Kerkstraat. Tot 1912 was hij in de kost bij weduwe Maria van Biert en toen kocht hij het woonhuis tegenover het gemeentehuis dat daarmee burgemeesterswoning werd. In 1917 krijgen we algemeen kiesrecht. In 1923 weigert de burgemeester de festiviteiten rond het 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina te organiseren en dan neemt de bevolking het in eigen hand. Er komt een groot feest met erepoorten en een optocht, die we later in 2009 in een musical op de Kaai laten terugkomen. Hij was verder een geliefd en kundige burgemeester en vooral burgervader die in 1924 om gezondheidsredenen afscheid moest nemen. Desondanks leefde hij nog tot 1949 in Leerbroek. Er werd hier een straat naar hem vernoemd.

1924-1944 Fredericus Nieborg, geboren in 1896 in Reeuwijk. Was van de ARP en woonde eerst bij zijn vader die dominee was in Heerjansdam. Hij was ook secretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij trouwde in april 1925 met Geertrui van Ravenswaay (Utrecht 1887). Ze waren gereformeerd en trokken in de burgemeesterswoning op Voorstraat 25. Het echtpaar bleef kinderloos maar de volksmond zegt dat hij in het dorp toch verschillende kinderen heeft verwekt. Bij zijn installatie droeg hij een oranjelint en dat vonden de wethouders zo armoedig dat ze een zilveren ambtsketting lieten maken die nu nog in het streekmuseum te zien is. Hij haalt in zijn installatierede het slechte economische tij, de geest van ongebondenheid en de baldadige oudere jeugd aan. Hij wilde een nieuw gemeentehuis bouwen maar de raad was tegen. Hij ontving in 1936 koningin Wilhelmina en prinses Juliana op het dorp. De dreigende oorlog komt nooit voor in de notulen. In januari 1944 had de burgemeester een aanvaring met Duitse soldaten en zat 2 dagen in de cel. In februari kwam de inundatie en werd Nieborg ontslagen en ging het gemeentehuis naar de brandweerkazerne van Middelharnis.

1944-1945 A.Pl. Bia, NSB-er, (eiland was geïnundeerd) was waarnemend burgemeester en tevens een deel ook burgemeester van Ooltgensplaat, Den Bommel, Oude- en Nieuwe Tonge. Vertrok in oktober naar Boskoop en werd daar na de oorlog afgezet en in 1947 veroordeeld tot 3 jaar. We kregen tijdelijk wethouder van Es uit Ooltgensplaat als waarnemend burgemeester.

1945-1946 weer F. Nieborg, vertrok naar de Lier en nam Jans Diepenhorst als huishoudster mee, maar ze kwam snel weer terug naar Stad.

1947-1953 Bram ( A.L.C.) Brinkman van de ARP. ( geb.1915 in Oud-Vossemeer) Zijn vader was vroeger burgemeester van Den Bommel geweest. Hij werd, vanwege de vele gasten, in de gymzaal van de openbare school geïnstalleerd en was getrouwd met Else van Dijk. In 1947 ontving hij Juliana en Bernhard. Bram en Else hadden drie zoons waarvan Elco het meest bekend is door zijn politieke loopbaan en zijn voorzitterschap van Bouwend Nederland. Brinkman speelde een rol in de Flakkeese Gemeenschap waarin de burgemeesters van het eiland samenwerkten en was zeer geliefd in het dorp. Tijdens de ramp van 1953 zou hij onvoldoende daadkrachtig hebben opgetreden en namen de gebroeders van Rumpt even het crisisteam over. Brinkman vertrok daarna naar Giessendam, maar hield warme contacten met meerdere dorpsbewoners en was jaarlijks op de verjaardag van gemeentewerkman Hen van Pelt. Tot zijn dood, op 99-jarige leeftijd, konden we voor vragen over vroeger bij hem terecht. Op zijn begrafenis speelde Stad een grote rol in liefdevolle verhalen van meerdere sprekers en werd de Stadse ambtsketen even uit het museum gehaald voor zijn herdenking in de raad van Middelharnis.

1953-1954 J.J.A. Kruijff van de CHU, tevens waarnemend voor Den Bommel sprak voor het eerst over schaalvergroting en samengaan van gemeentes. Hij vertrok naar Steenderen.

1954-1960 Christiaan van Hofwegen van de PvdA. (geb.1916 in Gouda) Hij was eerst ambtenaar op het ministerie van Defensie en trouwde eerst met Willy Helena Smits en na een scheiding in 1947 met Jannetje van Dijk met wie hij vier kinderen kreeg. Hij was waarnemend burgemeester, tevens voor Nieuwe Tonge na het vertrek van Roelof Sterk. Hij was joviaal en doortastend en goed in iedereen in zijn waarde laten. Uit zijn tijd komen de verhalen over een eventueel badhuis, de nieuwbouw in de Oranjelaan, de kleuterschool, de beschutte werkplaats, de uitgifte van volkstuintjes en de opening van het Trefpunt. Hij vertrok in 1960 naar Sliedrecht en in 1974 naar zijn geboortestad Gouda. Ook hij hield contacten op Stad aan.

1960-1966 Cornelis (C.) Nieuwenhuizen van de ARP. (geb. 1917 in Sprang) Trouwde in 1946 met Cornelia Grootenhuis. Waarnemend, tevens voor Nieuwe Tonge, was eerst waarnemend gemeentesecretaris in Sommelsdijk geweest. Vertrok in 1967 naar Giessenburg en Schelluinen.

Op 2 februari 1966 wordt het Stadse gemeentehuis voor 12.500 gulden verkocht aan Piet de Kapper en eindigt 140 jaar plaatselijk openbaar bestuur in ons dorp.